Er was eens een oude man. Hij woonde alleen in een huis dat net zo oud was als hij. Hij was dan wel oud, maar hij had nog steeds een ijzeren discipline en zijn leven bestond uit het volgen van zijn eigen regels. Zo ging hij altijd om half 10 naar bed. Maar eerst om precies 8 uur, na het eten van zes uur, ging hij wandelen met de hond. Hond Flap hield ook van vaste routine. Hij kreeg om 6 uur zijn brokken en een bak vers water, dus om 5 minuten voor 6 begon hij al te kwispelen en om 5 voor 8 weer, omdat hij wist dat het tijd was voor zijn wandeling. De man; hij heet Ward, pakte zijn jas van de kapstok, stopte zijn huissleutels -die altijd op een vaste plek lagen- in zijn zak en nam zijn wandelstok uit de parapluiebak. De mooie houten parapluiebak was nog een erfstuk van zijn grootvader. Zelf ben ik altijd mijn sleutels kwijt als een van de vele dingen. Omdat ik het "saai" en "voorspelbaar" vind om dingen een vaste plek te geven. Dit goldt niet voor Ward want hij was een man van ijzeren dicipline. Dat had hij van zijn moeder geleerd, maar later meer hierover. Dus hij was ook nooit zijn sleutels kwijt. Maar vandaag nam het lot voor het eerst sinds zijn volwassen leven een andere wending.
Flap wist zelf ook altijd waar zijn riem lag en had die al in zijn bek. "Kom Flap, het is nog lekker buiten, laten we een wandeling gaan maken". Dit zei Ward overigens elke dag hetzelfde. Nu denk je zeker; wat een saaie man die Ward. Toch was er iets waar Ward's hart nog enigzins sneller van ging kloppen. Dat was zijn insectenverzameling.